ECLI:NL:RBMAA:2006:AV9112
Rechtbank Maastricht
- Raadkamer
- R.A.J. van Leeuwen
- M.C. van Binnebeke
- Th.M.C.J. Schalken
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging tenuitvoerlegging Duits vonnis drugshandel Nederland
De Rechtbank Maastricht behandelde op 15 februari 2006 het verzoek tot tenuitvoerlegging van een onherroepelijk vonnis van het Landgericht Koblenz uit Duitsland, waarbij de veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en negen maanden wegens drugshandel en -invoer.
De feiten betreffen meerdere transacties van cocaïne in Nederland tussen juni 1999 en januari 2001, waarbij de veroordeelde drugs verkocht aan verschillende personen die de drugs naar Duitsland invoerden. De rechtbank stelde vast dat deze feiten ook in Nederland strafbaar zijn en dat er geen sprake is van ne bis in idem.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de Nederlandse nationaliteit van de veroordeelde, zijn eerdere strafrechtelijke verleden, de zware detentieomstandigheden in Duitsland en het feit dat de meeste feiten op Nederlands grondgebied zijn gepleegd. De rechtbank legde daarom een gevangenisstraf van twaalf maanden op, waarvan twee maanden voorwaardelijk, aanzienlijk lager dan de Duitse straf.
De rechtbank verleende verlof tot tenuitvoerlegging van het Duitse vonnis in Nederland, waarbij de reeds door de veroordeelde in Nederland en Duitsland doorgebrachte detentietijd in mindering wordt gebracht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en het vonnis is direct uitgesproken.
Uitkomst: Verlof verleend tot tenuitvoerlegging van het Duitse vonnis met oplegging van twaalf maanden gevangenisstraf in Nederland.