ECLI:NL:RBMAA:2006:AX0354
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.J. Beurskens
- H.P.S. Douffet-Evertz
- I.M. Etman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding nabestaanden na opzettelijke doodslag in verkeersincident
Op 31 maart 2001 vond in Vilt een verkeersincident plaats waarbij drie jonge personen om het leven kwamen en een vierde ernstig gewond raakte. De bestuurder van een Opel Omega, veroordeeld voor medeplegen van doodslag, was verzekerd bij gedaagde verzekeraar. Nabestaanden vorderden schadevergoeding voor immateriële schade en shockschade.
De rechtbank overwoog dat hoewel het leed van de nabestaanden onmiskenbaar groot is, de Nederlandse wetgeving en jurisprudentie strikte voorwaarden stellen aan vergoeding van immateriële schade aan nabestaanden. De primaire vordering op grond van een directe onrechtmatige daad jegens de nabestaanden werd afgewezen omdat niet voldaan werd aan de vereiste van oogmerk op het toebrengen van geestelijk leed.
Subsidiair werd de vordering gebaseerd op shockschade afgewezen omdat eisers niet direct en op shockerende wijze met het ongeval geconfronteerd waren, een essentiële voorwaarde volgens de Hoge Raad. Ook een beroep op persoonlijkheidsrechten en het EVRM werd verworpen. De rechtbank benadrukte dat zij gebonden is aan het geldende recht en niet kan anticiperen op aanstaande wetgeving. De vorderingen werden derhalve afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de nabestaanden af wegens het ontbreken van een toerekenbare onrechtmatige daad jegens hen.