ECLI:NL:RBMAA:2006:AY5549
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit Ziektewet met toekenning immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres ontving een uitkering op grond van de Ziektewet vanaf 1 mei 2001. Verweerder, het UWV, vorderde later terug dat zij te veel ziekengeld had ontvangen over de periode van mei 2001 tot april 2002. Eiseres maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit werd ongegrond verklaard. Na een langdurige procedure, waarin sprake was van een overschrijding van de redelijke beslistermijn, stelde de rechtbank vast dat het UWV terecht het bedrag van €10.796,18 terugvorderde, maar dat de overschrijding van de redelijke termijn een grond was voor immateriële schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding van circa 3,5 jaar grotendeels te wijten was aan traagheid van het bestuursorgaan, hoewel een deel van de vertraging aan eiseres zelf kon worden toegerekend. De procedure was niet complex en de overschrijding leidde tot daadwerkelijke spanning en frustratie bij eiseres. Het causaal verband tussen de procedureduur en haar hartklachten was echter niet bewezen.
Op basis van jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd de immateriële schadevergoeding vastgesteld op €1.500,-, rekening houdend met een reductie vanwege de door eiseres veroorzaakte vertraging. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met behoud van de rechtsgevolgen van dat besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het terugvorderingsbesluit vernietigd en eiseres krijgt een immateriële schadevergoeding van €1.500 toegekend.