ECLI:NL:RBMAA:2006:AY5788
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie na meer dan 15 jaar op grond van Wet Limitering Alimentatie
Partijen zijn in 1991 gescheiden en de man betaalde sindsdien partneralimentatie aan de vrouw. In het convenant is overeengekomen dat de alimentatie niet gewijzigd kan worden ten nadele van de man, maar wel automatisch wordt aangepast indien het inkomen van de vrouw boven een bepaald bedrag stijgt.
De man verzoekt de alimentatie te verminderen en uiteindelijk te beëindigen op grond van de Wet Limitering Alimentatie, omdat de vrouw inmiddels een hoger inkomen heeft dan destijds de huwelijksgerelateerde behoefte en zij in staat wordt geacht eventuele inkomensachteruitgang te compenseren.
De vrouw voert verweer en stelt dat de alimentatie niet beëindigd kan worden omdat de draagkracht van de man geen probleem is en zij een inkomensdaling van 25-30% zou lijden. De rechtbank oordeelt dat het niet wijzigingsbeding in het convenant slechts geldt ten gunste van de vrouw en dat de wetgever heeft bepaald dat de zorgplicht na 15 jaar eindigt.
Gezien de leeftijd van de vrouw, haar huidige inkomen, het feit dat de kinderen meerderjarig zijn en haar vermogen, acht de rechtbank het redelijk dat de alimentatie wordt afgebouwd en per 1 april 2008 wordt beëindigd. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt gefaseerd afgebouwd en per 1 april 2008 beëindigd.