ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ1116
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot huurgenot wegens niet-nakoming voorwaarden intentieovereenkomst
Partijen sloten op 6 juni 2006 een intentieovereenkomst voor de verhuur van een pand in Maastricht met opschortende voorwaarden waaronder betaling van huur over juni en juli 2006 en het stellen van een bankgarantie bij ondertekening. Dixplo stelde dat aan de opschortende voorwaarden was voldaan en vorderde huurgenot. Mastreechter Staar betwistte dit en ontbond de intentieovereenkomst buitengerechtelijk wegens niet-nakoming.
De kantonrechter stelde vast dat Dixplo niet had voldaan aan de betalingsverplichtingen en geen bankgarantie had gesteld, ondanks herhaalde verzoeken. Deze voorwaarden waren essentieel en vormden een belemmering voor het ontstaan van een perfecte huurovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat de intentieovereenkomst niet was omgezet in een huurovereenkomst en dat het gebruik van het pand na 1 juni 2006 niet als huurperiode kon worden aangemerkt.
Daarom werd de vordering van Dixplo tot het verschaffen van vrij en ongestoord huurgenot afgewezen. Dixplo werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van het nakomen van expliciete voorwaarden voor het tot stand komen van een huurovereenkomst.
Uitkomst: De vordering tot het verschaffen van huurgenot wordt afgewezen wegens niet-nakoming van essentiële voorwaarden.