ECLI:NL:RBMAA:2007:BA3808
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Becker-Hartenhof
- C.M.J. van den Acker
- W.A.P. Hillen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in verlenging terbeschikkingstelling wegens ontbreken overgangsrecht
De rechtbank Maastricht behandelde een zaak waarin de officier van justitie een verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van twee jaren vorderde. De terbeschikkingstelling was opgelegd vóór de wetswijziging van 1 juli 2005 in artikel 38f, eerste lid, sub 1 van het Wetboek van Strafrecht, en er was geen overgangsrecht van toepassing.
De terbeschikkinggestelde had gedurende een periode in voorlopige hechtenis gezeten wegens een nieuw delict, maar volgens de oude regeling liep de termijn van de terbeschikkingstelling door tijdens deze hechtenis. De nieuwe wetsbepaling die opschorting van de termijn tijdens vrijheidsontneming regelt, was niet van toepassing op deze zaak.
De officier van justitie had de vordering tot verlenging te laat ingediend, namelijk ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat de vordering daarom niet-ontvankelijk was. De rechtbank baseerde zich op de wetsgeschiedenis en jurisprudentie die bevestigen dat bij een terbeschikkingstelling met voorwaarden geen opschorting van de termijn plaatsvindt bij detentie uit anderen hoofde.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk en wees daarmee de vordering af.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden.