ECLI:NL:RBMAA:2007:BA3948
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst wegens gevolgencriterium met hoge schadevergoeding
De eiser stelde een vordering in tegen Sappi wegens kennelijk onredelijke opzegging van zijn arbeidsovereenkomst. Hij baseerde dit op een vermeend voorgewende reden en de ernstige gevolgen van de opzegging voor zijn persoon, waaronder arbeidsongeschiktheid en beperkte kansen op de arbeidsmarkt.
Sappi voerde verweer dat de opzegging rechtmatig was, met verwijzing naar het ontbreken van causaliteit tussen werk en arbeidsongeschiktheid, naleving van re-integratieverplichtingen en het ontbreken van passende interne functies. De Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) had toestemming gegeven voor de opzegging na een uitgebreide procedure.
De rechtbank stelde vast dat de eiser onvoldoende had gesteld en bewezen dat de opzegging was gebaseerd op een valse reden. Ook faalde hij in het onderbouwen van zijn herstelvordering. Wel achtte de rechtbank de opzegging kennelijk onredelijk op grond van het gevolgencriterium, gezien de leeftijd, arbeidsongeschiktheid, beperkte arbeidsmogelijkheden en het ontbreken van voorzieningen door Sappi ter ondersteuning van de werknemer.
De rechtbank veroordeelde Sappi tot betaling van een schadevergoeding van €50.000 bruto met wettelijke rente vanaf 1 april 2006 en tot betaling van proceskosten. De herstelvordering en overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de opzegging kennelijk onredelijk was op grond van het gevolgencriterium en veroordeelt Sappi tot betaling van een schadevergoeding van €50.000 bruto.