ECLI:NL:RBMAA:2007:BA5353
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over toepassing gehuwdennorm bij WWB-uitkering wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Eiser ontving een WWB-uitkering die werd aangepast omdat zijn persoonlijke situatie was veranderd door het samenwonen met [mevrouw X]. Verweerder paste de uitkering aan naar de gehuwdennorm op grond van artikel 3, vierde lid, sub a van de WWB, omdat eiser en [mevrouw X] binnen twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een gezamenlijke uitkering hadden ontvangen.
Eiser maakte bezwaar tegen deze wijziging en voerde aan dat hij geen gezamenlijke huishouding voerde met [mevrouw X], maar haar tijdelijk onderdak had gegeven. Daarnaast stelde hij dat hij door zijn consulent was geïnformeerd dat zijn uitkering slechts met 10% zou worden verminderd, en dat het toepassen van de gehuwdennorm in strijd was met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat eiser op de mededeling van zijn consulent mocht vertrouwen en dat verweerder onvoldoende zorgvuldigheid in acht had genomen door eiser niet tijdig te informeren over de gevolgen van zijn gezamenlijke uitkeringsverleden. Hierdoor werd eiser voor een voldongen feit gesteld, wat in strijd is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten ten gunste van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.