ECLI:NL:RBMAA:2007:BB3580
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens illegale tewerkstelling zonder vergunning
Verweerder stelde vast dat op 21 juni 2005 in de onderneming van eiseres twee personen zonder tewerkstellingsvergunningen werkzaam waren, wat een overtreding is van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Naar aanleiding hiervan legde verweerder een bestuurlijke boete van €16.000 op. Eiseres maakte bezwaar en voerde aan dat haar geen verwijt viel omdat zij had vertrouwd op adviezen van LTO, Belastingdienst en CWI en dat de boete disproportioneel en onbetaalbaar was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres als werkgever aansprakelijk is omdat zij niet voldeed aan de verplichting om te controleren of werknemers over een tewerkstellingsvergunning beschikten. De stelling dat de betrokken vreemdelingen zelfstandigen waren, werd verworpen op basis van een door hen ondertekende verklaring dat zij als werknemers werkzaam waren. Daarnaast mocht eiseres niet vertrouwen op de genoemde instanties omdat zij geen vergunningen verstrekken.
De rechtbank vond de hoogte van de boete in overeenstemming met de beleidsregels en niet disproportioneel gelet op het doel van de wet om illegale arbeid tegen te gaan. Ook de financiële situatie van eiseres bood onvoldoende grond voor matiging, mede omdat een betalingsregeling mogelijk was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €16.000 wegens illegale tewerkstelling zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.