Uitspraak
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Maastricht
Eiseres, woonachtig in Nederland en werkzaam als kapster in Duitsland, ontving kinderbijslag voor haar dochter. Verweerder stelde dat zij vanaf 2001 geen recht meer had op kinderbijslag omdat zij uitsluitend in Duitsland werkte en daar niet verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Na diverse besluiten en bezwaarprocedures, waaronder een wijziging van het bestreden besluit in februari 2008, bleef verweerder bij zijn standpunt dat de Duitse wetgeving van toepassing is.
Eiseres voerde aan dat zij slechts een geringfügige Beschäftigung had in Duitsland en in Nederland premie betaalde voor de AKW, waardoor zij recht zou moeten hebben op kinderbijslag. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 13 van Pro de EEG-Verordening 1408/71 alleen de wetgeving van het werkland (Duitsland) van toepassing is, ook al woont eiseres in Nederland.
De rechtbank concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die rechtvaardigen dat verweerder terugkomt op het eerdere besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van verweerder bevestigd. De intrekking van de kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal 2003 is rechtsgeldig.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal 2003 bevestigd.