ECLI:NL:RBMAA:2008:BC2560
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.G.A.M. Veugelers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens leeftijdsonderscheid in pensioenregeling ABP
Eisers stelden dat het ABP door onderscheid te maken tussen werknemers jonger dan 56 jaar en 56-plussers een verboden leeftijdsonderscheid maakte in de pensioenregeling, waarbij de lasten voor het handhaven van de vervroegde uittredingsregeling oneerlijk werden verdeeld. Zij vorderden nietigverklaring van delen van het pensioenreglement en overgangsbepalingen.
De rechtbank oordeelde dat het leeftijdsonderscheid in de overgangsregeling onder de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd (WGBL) valt en in beginsel verboden is, tenzij objectief gerechtvaardigd. Het ABP voerde aan dat het onderscheid voortvloeit uit de noodzaak overgangsrecht te bieden aan oudere werknemers en dat het pensioenfonds een collectieve, op solidariteit gebaseerde regeling voert met uniforme premieheffing. De rechtbank achtte dit een legitiem doel en vond dat het middel passend en noodzakelijk was.
De rechtbank nam daarbij mee dat het onderscheid met terughoudendheid moet worden getoetst, dat de overgangsregeling voortvloeit uit de Wet VPL, en dat het pakket van pensioen- en levensloopregelingen in samenhang moet worden beoordeeld. Actuariële berekeningen toonden aan dat het langer doorwerken voor 56-minners en 56-plussers marginaal verschilde, wat de proportionaliteit bevestigde.
De vorderingen tot nietigverklaring werden afgewezen. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank concludeerde dat het ABP geen verboden leeftijdsonderscheid maakte en dat de regeling in overeenstemming is met de WGBL en relevante jurisprudentie.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt dat het leeftijdsonderscheid in de pensioenregeling objectief gerechtvaardigd en proportioneel is.