ECLI:NL:RBMAA:2008:BD0562
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van moord en doodslag wegens onvoldoende bewijs bij kwetsbare verdachte
Op 30 juli 2004 werd het slachtoffer dood aangetroffen in haar keuken met meerdere steek- en snijwonden. Verdachte werd beschuldigd van moord, doodslag en diefstal met geweld. Het bewijs bestond uit verklaringen van verdachte en medeverdachte, getuigenverklaringen en technisch bewijs zoals bloedsporen en DNA.
De rechtbank stelde vast dat het technisch bewijs geen directe link met verdachte opleverde en dat de verklaringen van verdachte en medeverdachte onbetrouwbaar waren door hun kwetsbaarheid, psychische stoornissen en beïnvloedende verhoormethoden. Deskundigen concludeerden dat de verhoren suggestief en sturend waren, wat de kans op valse bekentenissen vergrootte.
De rechtbank achtte het scenario van het Openbaar Ministerie onwaarschijnlijk en vond dat de verdachte niet wettig en overtuigend kon worden bewezen als dader of medepleger. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werden de inbeslaggenomen goederen teruggegeven en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en onbetrouwbaarheid van verklaringen.