ECLI:NL:RBMAA:2008:BF0494
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering OAC tegen ABP en Vut-Fonds inzake verzekeringstechnisch nadeel en vut-lasten
De Stichting Onderwijsadviescentrum Twente (OAC) vorderde van Stichting Pensioenfonds ABP en Stichting Vut-Fonds Overheidspersoneel terugbetaling van bedragen die in rekening waren gebracht wegens verzekeringstechnisch nadeel en achterblijvende vut-lasten. Deze vorderingen waren gebaseerd op besluiten van 14 mei 2004, die door de Commissie van Beroep van beide fondsen op 8 november 2007 ongegrond waren verklaard.
OAC stelde dat er geen sprake was van een groepsgewijze beëindiging zoals bedoeld in artikel 4 lid 6 van Pro de Statuten ABP en dat de wettelijke regelingen en redelijkheid en billijkheid zich verzetten tegen de opgelegde lasten. Tevens voerde OAC aan dat het Vut-Fonds onterecht de Kaderregeling had toegepast, omdat het vertrek van zeven werknemers geen wezenlijke vermindering van de organisatie betekende.
De rechtbank oordeelde dat de overgang van zeven werknemers naar DICT B.V. wel degelijk een groepsgewijze beëindiging vormde en dat de Statuten ABP en de Kaderregeling op de situatie van toepassing waren. De rechtbank verwierp de stellingen van OAC over schending van informatieplicht, onredelijkheid en onrechtmatigheid. De vordering van OAC werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van OAC af en veroordeelt haar in de proceskosten.