ECLI:NL:RBMAA:2009:BH2483
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer pensioenverlies na beëindigingsovereenkomst
Werknemer sloot in november 2005 een beëindigingsovereenkomst met werkgever Wonen Zuid, waarbij hij gebruik zou maken van de vroegpensioenregeling vanaf augustus 2008. Later stelde werknemer dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de negatieve financiële gevolgen, waaronder minder pensioen, en vorderde hij schadevergoeding en vernietiging van de overeenkomst wegens dwang, dwaling en bedrog.
Werkgever stelde dat de overeenkomst na zorgvuldige onderhandelingen tot stand was gekomen zonder druk, met ondersteuning van een adviseur. Werknemer had jarenlang leidinggevende functies bekleed en had de gevolgen van de overeenkomst moeten kunnen overzien. De kantonrechter oordeelde dat pensioenverlies een algemeen te verwachten gevolg was en dat werknemer niet mocht terugkomen op de afspraken.
De kantonrechter wees de vordering tot nakoming en schadevergoeding af en veroordeelde werknemer tot betaling van de proceskosten. De overeenkomst werd niet vernietigd omdat geen sprake was van onmiskenbaar misverstand of voldoende bewijs van dwang, dwaling of bedrog.
Uitkomst: Vordering werknemer tot schadevergoeding en vernietiging beëindigingsovereenkomst wordt afgewezen.