ECLI:NL:RBMAA:2009:BH6945
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.E. Bakker
- L. Jansen
- M.A.M. van Uum
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk ouderlijk gezag en afwijzing geslachtsnaamwijziging minderjarige
De moeder heeft verzocht het gezamenlijk ouderlijk gezag over het minderjarige kind te beëindigen en haar alleen met het gezag te belasten, omdat de vader al geruime tijd geen rol meer speelt in de opvoeding en verzorging van het kind. Tevens verzocht zij om wijziging van de geslachtsnaam van het kind naar haar achternaam onder analoge toepassing van artikel 1:253t BW.
De rechtbank constateerde dat de vader geen contact onderhoudt met het kind en geen invulling geeft aan zijn ouderlijke rol, waardoor het belang van het kind gediend is met eenzijdig gezag bij de moeder. Het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag werd daarom toegewezen. Het verzoek tot geslachtsnaamwijziging werd afgewezen omdat de wettelijke grondslag voor een dergelijke wijziging ontbreekt zonder instemming van beide ouders.
De vader was niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. Het minderjarige kind heeft haar mening kenbaar gemaakt tijdens de zitting. De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind voorop staat en dat de geslachtsnaamwijziging niet kan worden toegewezen zonder instemming van beide ouders, ook al is de vader afwezig en heeft hij geen verweer gevoerd.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat.
Uitkomst: Het gezamenlijk ouderlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het gezag alleen; het verzoek tot geslachtsnaamwijziging wordt afgewezen.