ECLI:NL:RBMAA:2009:BH7645
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.A.F. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Opzegging arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen kennelijk onredelijk
De zaak betreft een vordering van een werknemer tegen haar werkgever, Bonfanti Sportswear B.V., wegens kennelijk onredelijke opzegging van haar arbeidsovereenkomst. De werknemer betoogt dat de opzegging per 1 juli 2007 op basis van bedrijfseconomische redenen een valse reden was en dat de werkelijke reden verband hield met haar echtscheiding van de zoon van de directrice. Tevens stelt zij dat de bedrijfseconomische noodzaak niet (meer) bestond op het moment van opzegging.
Bonfanti voerde aan dat de bedrijfsactiviteiten per 1 januari 2007 waren beëindigd wegens aanhoudende verliezen en dat de CWI een ontslagvergunning had verleend. De rechtbank oordeelt echter dat Bonfanti onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een daadwerkelijke noodzaak tot bedrijfssluiting was. De financiële cijfers zijn betwist, met getuigenverklaringen die wijzen op manipulatie en onvoldoende controle.
Daarnaast is vastgesteld dat de bedrijfsvoering na 1 januari 2007 niet daadwerkelijk is gestopt, gezien het voortzetten van activiteiten en contacten met klanten. Ook is geen overleg gevoerd met de werknemer, die bijna twintig jaar in dienst was, en zijn geen voorzieningen aangeboden.
De rechtbank verklaart de opzegging kennelijk onredelijk en veroordeelt Bonfanti tot betaling van een schadevergoeding van €95.000 bruto, achterstallig loon van €14.284,13 netto met wettelijke rente, en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst is kennelijk onredelijk en Bonfanti wordt veroordeeld tot betaling van €95.000 bruto schadevergoeding, achterstallig loon en proceskosten.