ECLI:NL:RBMAA:2009:BI1137
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering toeslag wegens ontbreken civielrechtelijke grondslag voor zwartrijden
De Belgische Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer vorderde van een in Nederland woonachtige man een toeslag omdat hij zich zonder vervoersbewijs in de gecontroleerde zone van een Brussels metrostation bevond. Na een tussenvonnis heeft eiseres het burgerrechtelijk karakter van haar vordering voldoende aangetoond, waardoor de kantonrechter zich bevoegd achtte de zaak te behandelen.
Tijdens de procedure heeft eiseres aanvullende producties ingediend en heeft gedaagde zijn verweer nader onderbouwd. De kantonrechter concludeert dat er geen sprake is van een overeenkomst tussen partijen en dat eiseres onvoldoende feiten heeft gesteld om een verbintenis uit onrechtmatige daad te onderbouwen. De enkele stelling dat de toeslag bedoeld is om kosten van controles en verliezen door zwartrijders te bestrijden, is onvoldoende om aansprakelijkheid vast te stellen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet heeft voldaan aan haar stelplicht omtrent onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, omvang en berekening van de schade, noch aan het causaal verband met de gedraging van gedaagde. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens ontbreken van een civielrechtelijke grondslag en veroordeelt eiseres tot betaling van de proceskosten.