ECLI:NL:RBMAA:2009:BI3178
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting contractspartij bij overeenkomst webhosting en vordering tot betaling
In deze civiele zaak stond centraal of de gedaagde partij als contractpartij kon worden aangemerkt bij een overeenkomst voor webhostingdiensten. Eiser had diensten geleverd en facturen gestuurd aan de gedaagde, die betwistte dat hij contractpartij was en stelde dat een derde partij de overeenkomst was aangegaan.
De rechtbank oordeelde dat doordat de offerte was ondertekend zonder kenbaarmaking van een andere contractpartij en gedaagde dit niet concreet had onderbouwd, eiser gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de contractuele relatie met gedaagde. De stelling dat de handtekening van een derde was, bood geen soelaas.
De vordering tot betaling van € 576,51 plus rente werd toegewezen. De tegenvordering van gedaagde wegens schade door stopzetting van diensten en gederfde inkomsten werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van verzuim en onvoldoende onderbouwing.
In de vrijwaringszaak werd verstek verleend tegen de niet-verschijnende derde partij, die werd veroordeeld tot betaling van hetgeen gedaagde in de hoofdzaak verschuldigd is. De proceskosten werden verdeeld conform de uitkomst van de hoofdzaak.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 576,51 plus rente; tegenvordering wordt afgewezen.