ECLI:NL:RBMAA:2009:BI3788
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens niet-betaling huur en gebreken gehuurde
In deze zaak staat de vraag centraal of de huurder de huur over januari 2006 heeft voldaan en of gebreken aan het gehuurde rechtvaardigen dat de huur werd opgeschort. De huurder stelde dat zij de huur contant had betaald en een kwitantie had, maar de kantonrechter stelde vast dat de kwitantie vermoedelijk was gewijzigd en dat de huurder geen aanvullend bewijs of inzage in haar boekhouding heeft gegeven.
Verder betwistte de huurder de gebreken aan het pand, met name aan het dak en de elektrische installatie. De kantonrechter oordeelde dat alleen de vervanging van de kozijnen en dakgoot noodzakelijk was en dat de huurder niet zonder ingebrekestelling tot reparaties op kosten van de verhuurder mocht overgaan. De huurder kon daarmee geen opschorting van huurbetaling rechtvaardigen.
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot betaling van de achterstallige huur en stelde dat bij niet-betaling binnen vier weken de huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming volgt. De vordering van de huurder tot vergoeding voor uitgevoerde werkzaamheden werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De kosten van het geding werden eveneens aan de huurder opgelegd.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en bij niet-betaling binnen vier weken ontbonden de huurovereenkomst en volgt ontruiming.