ECLI:NL:RBMAA:2009:BI6974
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens schending vertrouwelijke communicatie met raadsman
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het Openbaar Ministerie (OM) ontvankelijk was in de vervolging van de verdachte wegens belastingfraude. Het preliminaire verweer betrof het niet tijdig wissen van afgeluisterde telefoongesprekken tussen de verdachte en diens raadsman, wat in strijd is met artikel 126aa Sv en het vertrouwensbeginsel tussen advocaat en cliënt.
De rechtbank stelde vast dat 90 gesprekken met geheimhouders pas na minimaal 2,5 en maximaal 13,5 maand werden vernietigd, terwijl 26 sessies zelfs na vier jaar nog niet waren vernietigd. Dit was in strijd met de wettelijke verplichting tot zo spoedig mogelijke vernietiging en het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken.
De rechtbank oordeelde dat deze schending een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde vormde, waarbij met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte werd gehandeld. Hierdoor was het recht op een eerlijke behandeling van de zaak geschaad, en moest het OM niet-ontvankelijk worden verklaard.
De uitspraak onderstreept het grote belang van vertrouwelijke communicatie tussen verdachte en raadsman als fundamenteel rechtstatelijk belang en pijler van een eerlijk proces. De rechtbank wees het verweer van het OM af dat de verdachte geen nadeel had ondervonden, omdat niet kon worden uitgesloten dat de bewaarde communicatie het onderzoek had beïnvloed.
De rechtbank verklaarde het OM niet-ontvankelijk en wees daarmee het vervolgingsrecht af wegens grove schending van procesrechtelijke waarborgen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig vernietigen van vertrouwelijke gesprekken met de raadsman.