ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ7822
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen onverschuldigde betaling van loon bij WAO-uitkering en loonvordering grotendeels afgewezen
De zaak betreft een geschil tussen een werkgever en werknemer over loonbetalingen en verrekening van WAO-uitkeringen. De werknemer was sinds 1991 in dienst en werd wegens ziekte herplaatst en gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard. De werkgever vorderde terugbetaling van te veel betaald loon, gebaseerd op de stelling dat zij de WAO-uitkering in mindering mocht brengen op het loon.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever niet aannemelijk had gemaakt dat zij de WAO-uitkering vanaf maart 2003 op het loon mocht in mindering brengen, omdat de werknemer toen zijn passende werk als nationaal chauffeur fulltime had hervat. De vordering van de werkgever werd daarom afgewezen.
De werknemer vorderde loonachterstanden, kerstuitkering, incassokosten en betaling van niet-genoten vakantiedagen. De rechtbank wees een deel van deze vorderingen toe, waaronder de volledige kerstuitkering, een bedrag gerelateerd aan de verrekening van WW-uitkering met WAO-uitkering, en vakantiegeld over niet-genoten vakantiedagen. Andere vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of verjaring.
De rechtbank compenseerde de proceskosten in reconventie en veroordeelde de werkgever tot betaling van proceskosten in conventie. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter H.W.M.A. Staal en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vordering werkgever afgewezen; werknemer krijgt gedeeltelijk loon, kerstuitkering en vakantiedagen toegewezen.