ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ9176
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting incassokosten en tariefovereenkomst tussen deurwaarder en opdrachtgever
In deze zaak vordert eiser, een deurwaarderskantoor, betaling van incassokosten van Maja B.V. wegens een vordering die zij namens Maja heeft geïncasseerd. Eiser stelt dat met Maja een provisie van 15% over de gevorderde hoofdsom is overeengekomen, ongeacht het daadwerkelijk geïncasseerde bedrag. Maja betwist dit en voert aan dat geen schriftelijke overeenkomst is overgelegd en dat het onduidelijk is hoe de incassokosten zijn opgebouwd.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat een dergelijke tariefafspraak schriftelijk is vastgelegd of anderszins onderbouwd. Hoewel Maja de opdracht heeft gegeven, is de precieze inhoud van de opdracht onduidelijk, waardoor de redelijkheid en billijkheid een rol spelen. De rechtbank verwijst naar het reglement van de Koninklijke Vereniging van Gerechtsdeurwaarders als richtsnoer voor het gebruikelijke loon.
De rechtbank oordeelt dat het onaanvaardbaar is dat Maja 15% van de gevorderde maar niet volledig geïncasseerde hoofdsom moet betalen als incassokosten. Daarom wordt het incassokostenbedrag ex aequo et bono vastgesteld op het reeds door eiser verrekende bedrag. Daarnaast wijst de rechtbank een deel van de hoofdsom toe dat niet betwist is. De vordering tot vervallen rente wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten worden aan Maja opgelegd. De vordering in reconventie wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst incassokosten deels toe en veroordeelt Maja tot betaling van € 612,91 plus wettelijke rente en proceskosten.