ECLI:NL:RBMAA:2009:BK0621
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vereffening nalatenschap wegens geringe baten en hogere kosten
Op 12 februari 2009 is de erflater overleden zonder testament. Zijn zoon, de verzoeker, heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard en een voorlopige boedelbeschrijving overgelegd. Uit deze beschrijving blijkt dat de schulden van de nalatenschap aanzienlijk hoger zijn dan de baten, waarbij de baten inclusief een uitvaartverzekering slechts € 2.605,11 bedragen, terwijl de schulden € 6.418,29 zijn.
De verzoeker verzocht om opheffing van de vereffening op grond van artikel 4:209 BW Pro, omdat de baten van de nalatenschap zeer gering zijn en de vereffeningskosten deze baten overtreffen. De rechtbank oordeelde dat hoewel het feit dat schulden de baten overtreffen op zichzelf onvoldoende is om opheffing te bevelen, de geringe waarde van de baten na aftrek van de uitvaartverzekering en de hoge vereffeningskosten een voldoende reden vormen om de vereffening op te heffen.
De rechtbank stelde de reeds gemaakte vereffeningskosten vast op € 427,80, bestaande uit vastrecht, taxatiekosten en verwijderingskosten, en bracht deze ten laste van de boedel. Tevens oordeelde de rechtbank dat publicatie van de opheffing in de Staatscourant niet verplicht is vanwege de hoge kosten en het ontbreken van eerdere publicatie van de beneficiaire aanvaarding. De beslissing wordt ingeschreven in het boedelregister.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap en stelt de vereffeningskosten vast op € 427,80 ten laste van de boedel.