ECLI:NL:RBMAA:2009:BK2677
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding na vermeende mishandeling en vernieling
Eiser vordert vergoeding van immateriële en materiële schade na een incident op 30 oktober 2007 waarbij hij stelt door gedaagde te zijn bedreigd en mishandeld, en waarbij zijn bril en horloge beschadigd zouden zijn geraakt. Eiser baseert zijn vordering op getuigenverklaringen en eigen stellingen.
Gedaagde ontkent mishandeling en bedreiging, erkent alleen het beschadigen van een salontafeltje en stelt dat alle betrokkenen onder invloed van alcohol waren. Gedaagde heeft een transactievoorstel betaald voor de vernieling van het tafeltje en ontkent schade aan bril en horloge.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concreet en gemotiveerd heeft gesteld en onderbouwd dat hij immateriële schade heeft geleden door mishandeling. Ook is onvoldoende bewijs geleverd voor vernieling van de bril. Voor het horloge is wel vastgesteld dat het beschadigd is, maar de omvang van de schade is onvoldoende onderbouwd.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank acht de bewijsvoering en stelplicht van eiser onvoldoende om tot toewijzing van de schadevergoeding te komen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs en onderbouwing van de schade.