ECLI:NL:RBMAA:2009:BK9738
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling achterstallige huur en schadevergoeding na beëindiging huurovereenkomst woonhuis
De huurder heeft van de verhuurder een woonhuis gehuurd vanaf 1 juli 2006 tot 31 januari 2009. Na beëindiging van de huurovereenkomst stelde de verhuurder dat de huurder het gehuurde beschadigd had achtergelaten en vorderde herstelkosten, achterstallige huur, energiekosten en vergoeding voor onderhoud cv-ketel. De huurder betwistte de vorderingen en stelde dat het gehuurde bij aanvang al in slechte staat verkeerde.
Er was geen gezamenlijke eindinspectie en geen beschrijving van de staat van het gehuurde bij aanvang. Volgens artikel 7:224 lid 2 BW Pro wordt dan verondersteld dat het gehuurde in dezelfde staat is ontvangen als bij het einde van de huur, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. De verhuurder slaagde er niet in dit tegenbewijs te leveren, behalve voor het verwijderen van het huisnummer, waarvoor een vergoeding van €172 werd toegewezen.
De vorderingen voor herstelkosten, energiekosten en onderhoud cv-ketel werden afgewezen omdat deze niet voldoende waren onderbouwd of contractueel niet toewijsbaar waren. De achterstallige huur over januari 2009 werd toegewezen, verminderd met de betaalde waarborgsom. De verhuurder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de huurder.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €263,02 aan de verhuurder, met afwijzing van overige vorderingen.