ECLI:NL:RBMAA:2010:BL1966
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering energieleverancier wegens beëindigde overeenkomst en onvoldoende onderbouwing
Oxxio vordert betaling van onbetaalde energienota’s van een voormalig contractant, waarbij zij stelt dat een leveringsovereenkomst bestond en dat de gedaagde aansprakelijk is voor betaling. De gedaagde voert verweer dat hij verhuurder is en dat de huurder verantwoordelijk is voor de energiekosten, en dat de leveringsovereenkomst per 1 september 2005 is beëindigd.
De rechtbank stelt vast dat de leveringsovereenkomst tussen partijen inderdaad op 1 september 2005 is geëindigd, maar dat Oxxio tot 24 juli 2006 gas heeft geleverd. De primaire vordering faalt omdat de overeenkomst niet meer bestond. De subsidiaire vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking wordt afgewezen omdat Oxxio onvoldoende heeft onderbouwd dat de gedaagde is verrijkt en zij zelf schade heeft geleden.
Ook de meer subsidiaire grondslag van onverschuldigde betaling wordt verworpen omdat niet is komen vast te staan dat de gedaagde de prestatie heeft ontvangen. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt Oxxio in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Oxxio wordt afgewezen wegens beëindigde overeenkomst en onvoldoende bewijs van verrijking of onverschuldigde betaling.