ECLI:NL:RBMAA:2010:BL4324
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering wegens onbetaalde diensten in Europese procedure voor geringe vorderingen
Verzoekster, gevestigd in Nederland, heeft in opdracht van belanghebbende, woonachtig in België, diensten verricht waarvoor facturen zijn verzonden ter waarde van € 1.436,92. Ondanks meerdere sommaties heeft belanghebbende niet betaald. Verzoekster startte een Europese procedure voor geringe vorderingen, waarbij het toepasselijke recht Nederlands recht is.
Belanghebbende heeft verstek laten gaan en geen verweer gevoerd. De kantonrechter stelt vast dat de hoofdsom van de vordering niet ongegrond is en wijst deze toe. De vordering tot handelsrente wordt afgewezen omdat verzoekster niet heeft aangetoond dat sprake is van een handelsovereenkomst, en de vordering tot incassokosten wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De kantonrechter veroordeelt belanghebbende tot betaling van € 1.436,92 met wettelijke rente vanaf 29 augustus 2009 en tot vergoeding van de proceskosten aan de zijde van verzoekster. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en een certificaat van de beslissing wordt aan de beschikking gehecht.
Uitkomst: Belanghebbende wordt veroordeeld tot betaling van € 1.436,92 met wettelijke rente en proceskosten, nevenvorderingen worden afgewezen.