ECLI:NL:RBMAA:2010:BL7618
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huur perceel voor containeropslag valt niet onder artikel 7:230a BW, verzoek ontruimingsbescherming afgewezen
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen een besloten vennootschap en een verhuurder voor het gebruik van een perceel dat primair werd gebruikt voor opslag van containers. Partijen hadden bij aanvang van de huurovereenkomst gezamenlijk toestemming gevraagd en gekregen om een afwijkend beding overeen te komen, waarbij de huurtermijn vijf jaar bedroeg zonder mogelijkheid tot verlenging.
De huurovereenkomst vermeldde kantoorruimte, maar feitelijk was het perceel bedoeld voor containeropslag. Het kantoorgebouw was na een jaar gesloopt en de aanwezige loodsen waren bij aanvang al verwijderd. De verhuurder stelde dat artikel 7:230a BW niet van toepassing was omdat het ging om een terrein en niet overwegend om gebouwde onroerende zaken.
De huurder beriep zich op ontruimingsbescherming ex artikel 7:230a BW, maar de rechtbank oordeelde dat dit artikel niet van toepassing is op de huurovereenkomst. Tevens werd het impliciete verzoek tot ontruiming afgewezen omdat ontruiming niet via verzoekschrift kan worden gevorderd. Het voorwaardelijke tegenverzoek tot voorlopige voorziening werd niet behandeld. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van ontruimingsbescherming wordt afgewezen en het impliciete verzoek tot ontruiming eveneens.