ECLI:NL:RBMAA:2010:BL8118
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W.A. van den Berg
- I. Becker-Hartenhof
- R.A.J. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Maastricht verklaart bezwaren tegen beslag op onroerende goederen deels gegrond
De rechtbank Maastricht behandelde het klaagschrift van klager tegen het door het openbaar ministerie gelegde beslag op meerdere onroerende goederen. Het klassieke beslag was gelegd op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering, terwijl het conservatoir beslag was gelegd op grond van artikel 94a.
Klager stelde dat het conservatoir beslag onrechtmatig was omdat een rechterlijke machtiging ontbrak en dat het beslag disproportioneel was gezien de waarde van de onroerende goederen en de aard van de verdenkingen. Het openbaar ministerie betoogde dat het beslag rechtmatig en proportioneel was, mede vanwege het strafrechtelijk financieel onderzoek en de vermoedelijke herkomst van de goederen uit strafbare feiten.
De rechtbank oordeelde dat het klassieke beslag onrechtmatig was en gelastte de opheffing daarvan. Het conservatoir beslag voldeed aan de wettelijke eisen en werd niet onrechtmatig bevonden. Wel werd vastgesteld dat klager niet voldoende bewijs leverde dat hij wist of had moeten weten dat de onroerende goederen uit misdrijf afkomstig waren. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ten aanzien van het conservatoir beslag gegrond en gelast de opheffing daarvan.
De beslissing werd gegeven door een meervoudige raadkamer in strafzaken op 19 maart 2010.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond voor het klassieke beslag en gelast opheffing daarvan, terwijl het conservatoir beslag gegrond wordt verklaard en eveneens wordt opgeheven.