ECLI:NL:RBMAA:2010:BL8119
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W.A. van den Berg
- I. Becker-Hartenhof
- R.A.J. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Maastricht verklaart bezwaren tegen klassiek beslag gegrond en tegen conservatoir beslag ongegrond
De rechtbank Maastricht behandelde het klaagschrift van klager tegen het door het openbaar ministerie gelegde beslag op onroerende zaken. Het klassieke beslag was gelegd op 55 panden, waarvan een deel op 4 december 2009 werd opgeheven en omgezet in conservatoir beslag in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek. Klager betwistte de rechtmatigheid en proportionaliteit van het beslag en stelde dat een rechterlijke machtiging ontbrak voor de omzetting.
De rechtbank oordeelde dat het conservatoir beslag rechtmatig was gelegd zonder aparte machtiging, omdat het een nieuwe beslaglegging betrof tijdens het strafrechtelijk financieel onderzoek. De verdenkingen tegen klager omvatten valsheid in geschrifte, witwassen, oplichting, hennepteelt en betrokkenheid bij een criminele organisatie. Getuigenverklaringen ondersteunden de verdenkingen, waardoor het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat een ontnemingsmaatregel zou worden opgelegd.
Ten aanzien van het klassieke beslag oordeelde de rechtbank dat dit gegrond was opgeheven, omdat de beslaglegging grotendeels was doorgehaald en het beslag niet proportioneel kon worden beoordeeld vanwege onvoldoende informatie over de executiewaarde van de panden. Het klaagschrift werd daarom gedeeltelijk toegewezen: klassiek beslag werd opgeheven, conservatoir beslag bleef gehandhaafd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige raadkamer in strafzaken op 19 maart 2010, waarbij de rechtbank de formele en materiële aspecten van het beslag en de verdenkingen tegen klager zorgvuldig afwoog.
Uitkomst: Het klassieke beslag wordt opgeheven, het conservatoir beslag blijft gehandhaafd.