ECLI:NL:RBMAA:2010:BL8293
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg wegens onvoldoende onderbouwing
Bureau Jeugdzorg verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De minderjarige vertoont ernstige gedragsproblemen en weigert opname, waardoor eerdere machtiging niet is geëffectueerd. De moeder, vader en verzorger betogen dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn en dat de moeder de benodigde structuur kan bieden.
De rechtbank stelt vast dat het indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg onjuist de ingangsdatum van de machtiging tot uithuisplaatsing als datum van inwerkingtreding vermeldt, terwijl dit volgens de Awb pas de dag na bekendmaking van het besluit is. Tevens is het indicatiebesluit onvoldoende gemotiveerd en ontbreekt recente informatie over de toestand van de minderjarige. De gedragswetenschappelijke verklaring is summier en niet ondertekend.
De rechtbank overweegt dat de verzilveringstermijn maximaal drie maanden mag zijn, conform artikel 1:262 lid 3 BW Pro, en dat de duur van het indicatiebesluit duidelijk moet worden vermeld om rechtszekerheid te bieden. De werkwijze van Bureau Jeugdzorg om de termijn te koppelen aan de expiratiedatum van de machtiging is onrechtmatig. Gezien het ontbreken van voldoende feitelijke onderbouwing en het niet voldoen aan wettelijke eisen, wijst de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onrechtmatige termijnbepaling.