ECLI:NL:RBMAA:2010:BL8631
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst UPC en consument voor standaardpakket radio/TV bevestigd
UPC vordert betaling van een bedrag van €207,62 plus wettelijke rente van een consument, gebaseerd op een overeenkomst uit 2002 voor levering van telecommunicatiediensten, waaronder een standaardpakket radio/TV. De consument betwist de vordering integraal, stelt niet te weten waarop deze betrekking heeft en ontkent de levering van diensten op het adres dat op de facturen staat vermeld.
De rechtbank oordeelt dat UPC haar vordering weliswaar summier heeft onderbouwd, maar dat de consument onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat er een overeenkomst bestond en dat hij de diensten heeft ontvangen. Uit de overgelegde facturen en een overzicht blijkt dat de consument vanaf 2002 maandelijks bedragen aan UPC heeft betaald en nog een bedrag verschuldigd is.
De betwisting dat de diensten niet aan de consument zijn geleverd omdat hij niet meer op het factuuradres woonde, faalt omdat de consument niet heeft aangetoond dat hij ook niet op dat adres woonde tijdens de levering. De rechtbank wijst de hoofdsom toe, wijst de vordering van buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende onderbouwing en compenseert de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Consument wordt veroordeeld tot betaling van €207,62 plus wettelijke rente vanaf 27 oktober 2009.