ECLI:NL:RBMAA:2010:BL9835
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.M. Kuster
- I. Dautzenberg
- J.M.E. Kessels
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs bij beschuldigingen van zedendelicten
De rechtbank Maastricht heeft verdachte vrijgesproken van drie ten laste gelegde zedendelicten tegen twee minderjarige meisjes. De verklaringen van de slachtoffers waren telkens terug te voeren op één bron en werden door de rechtbank onvoldoende betrouwbaar geacht.
De officier van justitie achtte de verklaringen van de meisjes geloofwaardig en wees op gedragsveranderingen en medische verklaringen die mogelijk duidden op seksueel misbruik. De verdediging betoogde dat de verklaringen niet spontaan waren en beïnvloed konden zijn door derden, mede gezien de cognitieve beperkingen van de slachtoffers en het ontbreken van getuigen die het misbruik bevestigden.
De rechtbank overwoog dat in zedenzaken de enkele verklaring van het slachtoffer onvoldoende bewijs vormt zonder voldoende steunbewijs. In dit geval was het bewijs onvoldoende betrouwbaar en ontbrak het aan voldoende steunbewijs. De medische verklaringen waren niet eenduidig en getuigen die aanwezig waren, merkten niets op. Ook waren er twijfels over de geloofwaardigheid van verklaringen van het tweede slachtoffer.
Daarom achtte de rechtbank de feiten niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd de vordering tot schadevergoeding van het eerste slachtoffer niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde zedendelicten wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs.