ECLI:NL:RBMAA:2010:BN7361
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verrekening van ten onrechte ontvangen zorgtoeslag tussen ex-partners
Eiseres en gedaagde hebben samen gewoond en werden fiscaal als partners aangemerkt. Tijdens hun samenwoning ontvingen beiden zorgtoeslag over 2006 en 2007, maar de Belastingdienst vorderde de door eiseres ontvangen toeslag terug omdat slechts één persoon recht had op de toeslag.
Eiseres stelde dat zij de zorgtoeslag samen met gedaagde had besteed aan de gezamenlijke huishouding en vorderde op grond van redelijkheid en billijkheid betaling van de helft van het bedrag dat gedaagde had ontvangen. De kantonrechter oordeelde dat de Wet op de Zorgtoeslag een inkomensafhankelijke regeling is en dat terugvorderingsbeschikkingen van de Belastingdienst formele rechtskracht hebben.
Verder verwees de rechtbank naar het arrest van de Hoge Raad van 21 mei 2010, waarin is bepaald dat belastingbetalingen niet tot de gewone huishoudelijke kosten behoren. Hierdoor kon eiseres niet de helft van de teruggevorderde zorgtoeslag van haar ex-partner vorderen. De vordering werd afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de helft van de zorgtoeslag wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.