ECLI:NL:RBMAA:2010:BO4141
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Hazen
- I. Becker-Hartenhof
- R.A.J. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs wetenschap van aanwezigheid heroïne in auto
Op 22 juli 2010 werd verdachte staande gehouden tijdens een verkeerscontrole waarbij in de auto waarin hij als passagier meereed, 1531 gram heroïne werd aangetroffen in een verborgen ruimte achter de rugleuning van de bijrijdersstoel. Verdachte verklaarde niet te hebben geweten van de aanwezigheid van de heroïne en reed mee naar Rotterdam om een familielid te bezoeken.
De officier van justitie stelde dat verdachte mogelijk gelogen had over de reden van zijn reis en dat het ongeloofwaardig was dat iemand anders zoveel heroïne zou achterlaten in een auto zonder dat de inzittenden daarvan wisten. De verdediging voerde aan dat niet bewezen kon worden dat verdachte wetenschap had van de drugs en dat hij daarom vrijgesproken moest worden.
De rechtbank oordeelde dat de algemene ervaringsregel dat een bestuurder geacht wordt te weten wat er in zijn eigen auto zit, niet zonder meer geldt voor een passagier in een geleende auto. Er was geen wettig bewijs dat verdachte wetenschap had van de heroïne. De ervaringsregel kon het ontbreken van bewijs niet vervangen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit en werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet bewezen is dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van heroïne in de auto.