ECLI:NL:RBMAA:2010:BO4143
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Hazen
- I. Becker-Hartenhof
- R.A.J. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs wetenschap aanwezigheid heroïne in geleende auto
Verdachte werd verdacht van het opzettelijk vervoeren van circa 1531 gram heroïne in een auto die hij geleend had. Tijdens een verkeerscontrole in het kader van het project Waakzaam Twee werd de heroïne verborgen in de rugleuning van de bijrijdersstoel aangetroffen. Verdachte verklaarde niets te weten van de aanwezigheid van de heroïne en gaf aan de auto slechts tijdelijk geleend te hebben.
De officier van justitie stelde dat verdachte mogelijk gelogen had over de reden van zijn rit en dat het ongeloofwaardig was dat iemand anders zoveel heroïne zomaar in een auto zou achterlaten. De verdediging voerde aan dat er sprake was van misbruik van bevoegdheden door de politie en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, maar ook dat verdachte niet wist van de drugs.
De rechtbank oordeelde dat de algemene ervaringsregel dat een bestuurder bekend is met de inhoud van zijn eigen auto niet zonder meer geldt voor een geleende auto, zeker niet als de drugs goed verborgen waren. Er was geen wettig bewijs dat verdachte wetenschap had van de heroïne. De stelling van de officier van justitie bleef een algemene ervaringsregel en kon het ontbreken van bewijs niet vervangen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op. Het bewijs was onvoldoende om opzet te bewijzen, ondanks de verdenkingen en omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij wist van de aanwezigheid van heroïne in de geleende auto.