ECLI:NL:RBMAA:2010:BP1633

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
22 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
393692 CV EXPL 10-4407
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering incassobureau wegens gebrek aan contractuele grondslag en onvoldoende onderbouwing

In deze civiele procedure vordert InVesting B.V. betaling van een bedrag van €374,88 van gedaagde, vermeend voortvloeiend uit een telefoonabonnement. InVesting stelt dat zij rechten heeft verkregen via cessie van KPN, maar legt dit niet concreet of coherent onderbouwd vast.

Gedaagde betwist niet expliciet de vordering, maar voert persoonlijke financiële en psychische omstandigheden aan. InVesting reageert niet op de repliek van gedaagde. De rechtbank constateert dat InVesting onvoldoende bewijs en een samenhangende onderbouwing van haar vorderingen heeft overgelegd.

Belangrijk is dat InVesting niet aannemelijk maakt dat zij zelf contractspartij is van gedaagde, maar handelt alsof zij dat is. De vermeende cessie van rechten van KPN wordt niet adequaat toegelicht of aangetoond. Ook de rente en buitengerechtelijke kosten zijn onvoldoende gespecificeerd.

De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt InVesting in de proceskosten, welke nihil zijn gesteld door gedaagde. De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke contractuele grondslag en volledige bewijsvoering bij incassovorderingen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van InVesting af wegens gebrek aan contractuele grondslag en onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton
Locatie Maastricht
Zaaknummer 393692 CV EXPL 10-4407
Vonnis van 22 december 2010
in de zaak van
de besloten vennootschap INVESTING B.V.,
gevestigd te Hilversum,
verder ook te noemen: InVesting,
eisende partij,
gemachtigde: een onbekend en ongenoemd gelaten persoon ten kantore van ‘Vesting Finance Incasso B.V.’ te Hilversum
tegen
[gedaagde],
wonend te [adres],
verder ook te noemen: [gedaagde],
gedaagde partij,
in persoon procederend.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
InVesting heeft bij dagvaarding van 14 september 2010 [gedaagde] in rechte betrokken voor een vordering zoals die omschreven is in een op die datum (niet in persoon) betekend exploot met één genummerde productie een aantal losse en ongenummerde kopieën van brieven.
[gedaagde] heeft ter eerst dienende datum schriftelijk geantwoord.
Op een door InVesting - na uitstel - ingediende repliek met bijbehorende kopieën van een aantal facturen heeft [gedaagde] niet meer gereageerd (er is dus niet voor dupliek geconcludeerd).
Hierna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak op vandaag gesteld is.
MOTIVERING
a. het geschil
InVesting vordert de veroordeling van [gedaagde] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling van € 374,88, nog te vermeerderen met de wettelijke rente over een daarvan deel uitmakend bedrag van € 289,76 vanaf 14 september 2010 (de datum van dagvaarding) tot de voldoening, onder verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten.
InVesting grondt haar vorderingen - samengevat - op de stellingen dat [gedaagde] met haar (immers in het exploot én bij repliek aangeduid als ‘eiseres’) op een ongenoemd gebleven moment en onder evenzeer onbekend gelaten condities ‘(een) overeenkomst(en) gesloten (heeft) inzake (een) telefoonabonnement’ respectievelijk ‘gecontracteerd (heeft) terzake een telefoonabonnement’ en betalingsverplichtingen deswege niet naar behoren (op tijd) nagekomen is, zodat zij meent € 289,76 van [gedaagde] ‘te vorderen gekregen’ te hebben, waarvoor zij ‘(een) factuur/facturen aan gedaagde partij verzonden’ zegt te hebben.
Naast dit verder ongespecificeerd gelaten bedrag in hoofdsom stelt InVesting recht te hebben op € 10,12 aan wettelijke rente, berekend ‘vanaf de vervaldag van de factuur/facturen’, alsmede € 75,00 aan vergoeding van buitengerechtelijke kosten die zij zegt verschuldigd te zijn aan haar incassogemachtigde Vesting Finance Incasso B.V.
In reactie op [gedaagde]s schriftelijke verweer betwist InVesting een gebrek aan bereidwilligheid.
In zijn verweer heeft [gedaagde] zich, zonder met zoveel woorden te erkennen dat hij met InVesting gecontracteerd heeft en aan haar verschuldigd is wat in casu gevorderd is, in wezen beperkt tot het betoog dat hij psychisch en financieel (en mogelijk ook sociaal) in kommervolle omstandigheden verkeert. Hoewel hij (kennelijk met steun van een derde) schrijft te weten dat hij ‘zelf verantwoordelijk (is) voor de kosten die ik heb gemaakt’, is onduidelijk wat hij met ‘de kosten’ en die ‘verantwoordelijkheid’ bedoelt. Tot slot verwijt hij InVesting en Finance Incasso gebrek aan begrip en bereidheid om zich soepel op te stellen.
b. de beoordeling
De vorderingen van InVesting moeten bij gebrek aan feitelijke grondslag en wegens het achterwege laten van een enigszins consistente en coherente, de diverse onderdelen van het gevorderde dekkende onderbouwing afgewezen worden. Een belangrijk gebrek in het exploot van dagvaarding en de repliek is er om te beginnen in gelegen dat InVesting wel stukken bijvoegt, maar deze volstrekt onbesproken laat of van een verwijzing voorziet die de lading niet dekt. Als InVesting bijvoorbeeld in het exploot een ‘prod. 2’ aankondigt, ontbreekt een van zo’n aanduiding voorzien stuk niet alleen, maar de wel bijgevoegde (en in geen enkel opzicht in het processtuk zelf besproken) kopieën van brieven bevatten bovendien niet de ‘specificatie’ die InVesting beweert te geven. Als InVesting verder als ‘productie 1’ bij repliek (een andere productie behoort niet tot de inventaris van dat processtuk) wederom een reeks kopieën bijvoegt, laat zij de inhoud daarvan opnieuw onbesproken en suggereert zij dat de kantonrechter zelf maar de inhoud moet analyseren en daar zowel conclusies aan moet verbinden als een optelsom moet maken die dan eventueel tot de door haar te motiveren hoofdsom leidt. Zeker zo fnuikend voor het lot van de vordering(en) is echter dat InVesting het totale bouwwerk wil funderen op een eigen contractuele relatie met [gedaagde] waarin zij zelf gefactureerd heeft en op de door haar gehanteerde condities [gedaagde] thans tot betaling aanspreekt. Uit een volledig los van het fundamentum petendi aan het begin van het exploot geplaatste overweging (maar ook uit door InVesting niet ‘verklaarde’ facturen en - een deel van de - evenmin belichte brieven) blijkt dat contractante tot levering van telefoondiensten KPN B.V. was te Den Haag (volgens InVesting “’s-Gravenhage”, een al jaren niet meer als officiële gemeentenaam gehanteerde schrijfwijze). Weliswaar voegde InVesting daaraan toe dat KPN haar bij ‘een’ akte van cessie de vordering verkocht en overgedragen heeft, maar nog los van het feit dat zij in dat verband niet vermeldde of en wanneer mededeling van de akte tot levering van een bepaald recht op naam gedaan is aan debiteur [gedaagde], is het nu eenmaal zo dat zij haar vordering niet op die cessie als methode van verkrijging van rechten gebaseerd heeft. Zij doet immers alsof zij van de aanvang af rechthebbende was en dat is aantoonbaar onjuist. Haar vorderingen jegens [gedaagde] moeten daarom afgewezen worden.
Ten overvloede zij nog opgemerkt dat de rentevordering (voor het als vervallen aangemerkte gedeelte) en de aanspraak op vergoeding van buiten rechte verrichte werkzaamheden althans van de daarmee verband houdende kosten evenzeer dermate gebrekkig onderbouwd zijn, dat zij ook bij toewijzing van de hoofdvordering vermoedelijk gesneuveld zouden zijn.
Als in het ongelijk gestelde partij dient InVesting in de proceskosten verwezen te worden, die aan de zijde van [gedaagde] op nihil gesteld worden.
BESLISSING
Wijst de vordering(en) af.
Veroordeelt InVesting tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot de datum van dit vonnis begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter te Maastricht,
en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.