ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5214
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering wegens verjaring en onvoldoende stuiting bij doorlopende kredietovereenkomst
Lindorff Purchase B.V. vordert betaling van een openstaand bedrag van €344,59 plus rente van [gedaagde] uit een doorlopende kredietovereenkomst die zij via cessie van RBS had verkregen. [gedaagde] betwist de schuld en voert aan dat zij de volledige schuld al in januari 2004 met behulp van de Kredietbank Limburg heeft afgelost en daarna zes jaar niets meer heeft vernomen, wat zij ziet als een bevrijdend verweer op grond van verjaring.
De rechtbank constateert dat Lindorff geen gemotiveerd beroep heeft gedaan op stuiting van de verjaring zoals vereist op grond van artikel 3:316 BW Pro en dat de verjaringstermijn van vijf jaar ruimschoots is verstreken. De vordering is daarom verjaard en Lindorff wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De proceskosten worden aan Lindorff opgelegd, terwijl aan de zijde van [gedaagde] de kosten nihil worden begroot. De rechtbank wijst ook op tegenstrijdigheden in de betalingsopgaven van Lindorff en het ontbreken van ondertekening van de kredietovereenkomst door de consument.
Uitkomst: Lindorff wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens verjaring en het ontbreken van een gemotiveerd beroep op stuiting.