ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5798
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot afgifte van inboedel na verkoop en geschil over eigendom en bezit
Eiser vordert van gedaagde de afgifte van inboedel die volgens hem eigendom is geworden na verkoop door gedaagde aan zijn vader en doorverkoop aan eiser. Gedaagde betwist de geldigheid van de overeenkomsten en stelt dat zij onder druk stond en dat de transacties niet rechtsgeldig zijn. Tevens wijst zij op vermeend misbruik en valsheid in geschrifte.
De kantonrechter stelt vast dat partijen jarenlang samenwoonden en dat de inboedel tot de verkoop eigendom was van gedaagde. De verkoopovereenkomst van 4 oktober 2009 tussen gedaagde en de vader van eiser is geldig en het bedrag is betaald. De doorverkoop aan eiser is eveneens rechtsgeldig en gedaagde is op de hoogte gesteld, waardoor het bezit is overgedragen.
De stellingen van gedaagde over ontbinding, misbruik van omstandigheden en strijd met goede zeden zijn onvoldoende onderbouwd en niet bewezen. Ook de beweringen over onrechtmatige geldopnames en bankrekeningbeheer door eiser zijn niet aannemelijk gemaakt.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde houdster is van de inboedel, maar dat de eigendom aan eiser is overgegaan. Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van de zaken, met uitzondering van de administratie en computers, binnen acht weken, onder dreiging van een gematigde dwangsom. Tevens wordt zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van de inboedel aan eiser en betaling van proceskosten, met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.