ECLI:NL:RBMAA:2011:BP6227
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging omgangsregeling en ontzegging omgang vader met minderjarige
In deze zaak staat het verzoek van de vader centraal om de omgangsregeling met zijn minderjarige kind te wijzigen, terwijl de moeder verzoekt om de omgang aan de vader te ontzeggen. De rechtbank ontving een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming waarin werd vastgesteld dat er momenteel geen mogelijkheden zijn voor een verblijfsregeling bij de vader, maar dat regelmatig contact met de vader wel in het belang van het kind is. De raad zag geen contra-indicaties bij de vader, maar waarschuwde voor de negatieve invloed van de moeder op het kind.
De rechtbank overweegt dat het gezamenlijk gezag van de ouders betekent dat verzoeken moeten worden beoordeeld op grond van artikel 1:253a BW, waarbij een ontzegging van omgang slechts tijdelijk kan zijn. De rechtbank verwerpt de zeer negatieve houding van de moeder jegens de vader en benadrukt dat het belang van het kind vereist dat de moeder haar verantwoordelijkheid neemt en zich over het verleden heen zet.
Gezien de positieve beoordeling van de vader door de raad en het belang van het kind om de vader te kennen, wijst de rechtbank beide verzoeken af. Wel wordt bepaald dat de moeder de vader halfjaarlijks een recente foto en een kopie van het schoolrapport van het kind moet verstrekken. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en staat open voor hoger beroep via tussenkomst van een advocaat.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging omgangsregeling en verzoek tot ontzegging omgang worden afgewezen; moeder moet halfjaarlijks foto en schoolrapport aan vader verstrekken.