ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ6258
Rechtbank Maastricht
- Raadkamer
- J.H. Klifman
- R.A.J. van Leeuwen
- M.C.A.E. van Binnebeke
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis opgeheven wegens belang onderzoek
De rechtbank Maastricht behandelde het hoger beroep van de officier van justitie tegen de beslissing van de rechter-commissaris om de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen. De schorsing was verleend om verdachte in staat te stellen een eerder opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf verder te ondergaan.
De officier van justitie stelde dat het belang van het onderzoek en het voorkomen van collusie zwaarder woog dan het belang van verdachte bij voortzetting van de eerdere detentie. Daarnaast voerde het OM aan dat de rechter-commissaris het fundamentele recht van hoor en wederhoor had geschonden door het OM niet vooraf te horen over het schorsingsverzoek.
De verdediging betoogde dat het recht op hoor en wederhoor niet was geschonden omdat het OM de gelegenheid had gehad om bij de behandeling aanwezig te zijn, maar daarvan geen gebruik had gemaakt. De rechtbank oordeelde dat het recht van hoor en wederhoor niet was geschonden en dat het belang van het OM zwaarder woog dan het belang van verdachte.
De rechtbank besloot het hoger beroep gegrond te verklaren en de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen, zodat de beperkingen ter voorkoming van contact met de buitenwereld gehandhaafd kunnen blijven. Hierdoor kan het onderzoek naar mogelijke betrokkenheid van verdachte en anderen ongestoord worden voortgezet.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie is gegrond verklaard en de schorsing van de voorlopige hechtenis is opgeheven.