ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ6553
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling huurderschap en nakoming huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze zaak bij de Rechtbank Maastricht staat centraal wie de huurster is van een middenstandsbedrijfsruimte en de nakoming van de huurovereenkomst. Eiser stelt dat gedaagde sub 1 de huurster is en vordert betaling van achterstallige huurpenningen en toekomstige huur. Gedaagde sub 1 betwist dit en stelt dat gedaagde sub 2 de huurster is.
De kantonrechter beoordeelt de indeplaatsstelling en concludeert dat gedaagde sub 1 zich sinds 1999 feitelijk als huurster heeft gedragen en door eiser als zodanig is geaccepteerd. Dit blijkt onder meer uit correspondentie en het feit dat huurbetalingen via gedaagde sub 2 liepen, maar gedaagde sub 1 zich uitdrukkelijk als huurster presenteerde.
Verder is een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de huurovereenkomst per 29 oktober 2009 is geëindigd, maar gedaagde sub 1 heeft de afgesproken schadeloosstelling van €50.000 niet betaald. De rechtbank veroordeelt gedaagde sub 1 tot betaling van dit bedrag met wettelijke handelsrente. De vorderingen van gedaagde sub 1 tot terugbetaling van door haar betaalde huur aan eiser worden afgewezen.
De rechtbank wijst tevens het verzoek tot opheffing van het conservatoire beslag af en veroordeelt gedaagde sub 1 in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde sub 1 is huurster en moet €50.000 schadeloosstelling met rente betalen; vorderingen tot terugbetaling huur worden afgewezen.