ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ7114
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt met matiging wegens termijnoverschrijding
De rechtbank Maastricht behandelt de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van [verdachte], veroordeeld voor het opzettelijk telen van hennepplanten in de periode van 1 februari 2006 tot en met 25 april 2006. De berekening van het voordeel is gebaseerd op het strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) en houdt rekening met vier oogsten, een periode van 57 weken vanaf een faxbericht van maart 2005, en de kosten van stekken en elektriciteit.
De rechtbank verwierp de civiele vordering als basis voor de berekening omdat deze niet strookt met de strafrechtelijke bewijsvoering. De netto opbrengst werd vastgesteld op €97.400,64 na aftrek van variabele kosten, afschrijvingen en elektriciteitskosten. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, werd het bedrag verminderd met €5.000.
De rechtbank concludeert dat [verdachte] verplicht is tot betaling van €92.400,64 aan de staat. De vordering van de officier van justitie is gegrond verklaard en de beslissing is uitgesproken in aanwezigheid van de verdachte en zijn raadsman. Tegen deze uitspraak kan binnen 14 dagen hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt verplicht tot betaling van €92.400,64 wegens ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel met matiging wegens termijnoverschrijding.