ECLI:NL:RBMAA:2011:BR3567
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende onderbouwing functioneringsproblemen
De Stichting Pallas verzocht de rechtbank Maastricht om de arbeidsovereenkomst met een leerkracht te ontbinden wegens vermeende ongeschiktheid en een verstoorde arbeidsverhouding. Pallas stelde dat de leerkracht onvoldoende functioneerde ondanks intensieve begeleiding sinds 2008 en dat het vertrouwen geheel was verloren. Daarnaast werd aangevoerd dat de leerkracht sinds november 2010 vrijgesteld was van werkzaamheden met behoud van loon.
De rechtbank constateerde dat Pallas haar stellingen onvoldoende concreet en met bewijs had onderbouwd. De gespreksverslagen en klachten waren vaag en gebaseerd op gevoelens en vermoedens, zonder systematisch onderzoek naar oorzaken. De kantonrechter vond het ongeloofwaardig dat de leerkracht vanaf het begin ongeschikt zou zijn, mede gezien haar vaste benoeming en het ontbreken van concrete aanwijzingen van fundamentele tekortkomingen.
Ook het subsidiaire verweer van Pallas over een verstoorde arbeidsverhouding werd niet overtuigend geacht. De kantonrechter stelde dat de onrust eerder door het handelen van Pallas zelf was veroorzaakt. De leerkracht toonde bereidheid om weer aan het werk te gaan en eventueel ander werk te aanvaarden. De rechtbank oordeelde dat ontbinding niet aan de orde was zolang geen duidelijke doelen en effectieve begeleiding waren gesteld.
De rechtbank wees het verzoek tot ontbinding af en veroordeelde Pallas tot betaling van de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van concrete onderbouwing en bewijs bij ontbindingsverzoeken en het bieden van kansen tot verbetering binnen de arbeidsrelatie.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.