ECLI:NL:RBMAA:2011:BT6530
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens onvoldoende grond voor voortzetting na strafrechtelijke voorwaarden
Op 28 september 2011 legde de burgemeester van Maastricht een tijdelijk huisverbod op aan verzoeker wegens een ernstige dreiging van huiselijk geweld. Verzoeker betwistte de rechtmatigheid van dit besluit en stelde dat het huisverbod gebaseerd was op eenzijdige informatie van echtgenote en stiefzoon. Tevens wees hij op de voorwaarden opgelegd door de rechter-commissaris (RC), waaronder een huis- en contactverbod, die het bestuursrechtelijke huisverbod overbodig maken.
De voorzieningenrechter overwoog dat het huisverbod aanvankelijk terecht was opgelegd op grond van een meer dan redelijk vermoeden van dreiging, mede gebaseerd op het Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld en verklaringen van betrokkenen. Echter, de strafrechtelijke voorwaarden van de RC omvatten dezelfde beperkingen als het huisverbod, waardoor het bestuursrechtelijke verbod geen toegevoegde waarde meer heeft.
Verder is enkel het op gang brengen van hulpverlening onvoldoende om het huisverbod te laten voortduren. Verzoeker gaf aan hulpverlening te willen accepteren. Daarom werd het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het huisverbod vernietigd voor de periode vanaf de uitspraakdatum. Verzoeken om voorlopige voorziening en schadevergoeding werden afgewezen omdat het huisverbod niet van meet af aan onrechtmatig was.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter R.E. Bakker op 3 oktober 2011, waarbij tevens werd vastgesteld dat hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd vanaf de uitspraakdatum; verzoeken om voorlopige voorziening en schadevergoeding worden afgewezen.