ECLI:NL:RBMAA:2011:BT6577
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.P. Letschert
- Y.J. Klik
- Th.G. Klein
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling eigen bijdrage zorg met verblijf afgewezen wegens ontbreken rechtstreeks verband met arbeidsongeval
Betrokkene liep in 1947 tijdens zijn militaire dienst een verwonding op aan zijn rechteronderbeen, waarvoor hij een invaliditeitspensioen ontving. In 2008 brak hij zijn heup na een val in zijn woning en verbleef vervolgens in een AWBZ-instelling tot aan zijn overlijden in 2010. Het CAK weigerde vrijstelling van de eigen bijdrage voor zorg met verblijf omdat niet was voldaan aan de voorwaarde van een rechtstreeks verband tussen het arbeidsongeval en de AWBZ-zorg.
De erven voerden aan dat dit verband niet vereist is en dat het invaliditeitspensioen buiten de berekening van de eigen bijdrage had moeten blijven. De rechtbank oordeelde dat de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) juist bevestigt dat een rechtstreeks verband vereist is en dat het invaliditeitspensioen bij de berekening moet worden betrokken. De rechtbank verwierp ook het beroep op een analoge toepassing van artikel 6 van Pro het Bijdragebesluit zorg.
Verder stelde de rechtbank vast dat het CAK niet de voorgeschreven procedure volledig had gevolgd, maar dat dit de belangen van de erven niet had geschaad. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep was overschreden. De rechtbank kende daarom aan de erven een immateriële schadevergoeding van € 500 toe wegens frustratieschade.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, liet de rechtsgevolgen in stand, veroordeelde het CAK tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten en wees het verzoek om reiskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en een schadevergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.