ECLI:NL:RBMAA:2011:BU8234
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Partiële vernietiging indicatiebesluit en machtiging uithuisplaatsing minderjarige
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij pleegouders. De minderjarige verblijft sinds juli 2010 bij pleegouders en kampt met gedragsproblemen en een hechtingsstoornis. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar er is sprake van ex-partnerproblematiek en opvoedingsonmacht.
De moeder stemt in met ondertoezichtstelling maar verzet zich tegen uithuisplaatsing bij de huidige pleegouders vanwege vermeende bevoordeling van de vader. De vader en pleegouders stemmen in met het verzoek. De kinderrechter oordeelt dat aan de gronden voor ondertoezichtstelling is voldaan vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind en dat uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van verzorging en opvoeding.
De kinderrechter benadrukt het belang van contact tussen de minderjarige en beide ouders en stelt vast dat het indicatiebesluit onjuist is omdat het een duur van pleegzorg van ruim 80 jaar aangeeft, terwijl de wettelijke termijn maximaal één jaar bedraagt tenzij het verblijf langer dan twee jaar duurt. Daarom wordt het indicatiebesluit vernietigd voor zover het de geldingsduur van één jaar overschrijdt.
De beschikking wordt gegeven onder toezicht van Bureau Jeugdzorg Limburg voor de duur van één jaar, met machtiging tot plaatsing bij pleegouders voor dezelfde termijn, en is uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Onder toezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor één jaar toegewezen, indicatiebesluit deels vernietigd.