ECLI:NL:RBMAA:2011:BV1660
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot rekening en verantwoording en betaling in nalatenschapsafwikkeling
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een bedrag van €17.000 en het afleggen van rekening en verantwoording door gedaagde over de afwikkeling van de nalatenschap van hun vader. Gedaagde werd opgedragen te bewijzen dat hij €25.000 aan eiseres had betaald, maar slaagde hier niet in doordat getuigen, waaronder hijzelf, niet verschenen bij de enquête.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot betaling van €17.000 toewijsbaar is met wettelijke rente vanaf 8 november 2009, de dag na het verstrijken van de betalingstermijn. Ten aanzien van de gevorderde rekening en verantwoording stelt de rechtbank dat deze verplichting kan voortvloeien uit artikel 3:173 BW Pro, dat geldt voor gemeenschappelijke nalatenschappen waarbij een deelgenoot beheer voert.
Hoewel gedaagde ook beschikkingsbevoegdheid had, wat verder gaat dan beheer, mag van hem worden verlangd dat hij zich verantwoordt over het vermogensrechtelijke beleid. De rechtbank veroordeelt gedaagde dan ook om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis rekening en verantwoording af te leggen, onder overlegging van justificatoire bescheiden, op straffe van een dwangsom van €50 per dag tot maximaal €5.000.
Gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €17.000 met wettelijke rente en tot het afleggen van rekening en verantwoording binnen veertien dagen onder dwangsom.