ECLI:NL:RBMAA:2012:BW5762
Rechtbank Maastricht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter niet-ontvankelijk wegens te late indiening
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij zowel een kort geding als een verdelingsprocedure tussen verzoeker en zijn ex-echtgenote. Verzoeker stelde dat de rechter zich partijdig had opgesteld tijdens de zitting van 14 december 2011 en dat dit de onpartijdigheid in de verdere procedure schaadde.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tot wraking schriftelijk en tijdig moet worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel trekken. Verzoeker nam pas op 24 januari 2012 kennis van de tussenbeschikking van 18 januari 2012, waarin bleek dat dezelfde rechter ook de tussenbeschikking had gewezen. Het wrakingsverzoek werd echter pas op 7 februari 2012 ingediend, veertien dagen later.
Hoewel de wrakingskamer begrip toonde voor het overleg tussen verzoeker en zijn advocaat, vond zij dat dit het tijdsverloop niet rechtvaardigde. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De rechter had in zijn reactie het standpunt ingenomen dat het recht om te wraken was verspeeld door het late verzoek en dat de gronden voor wraking niet voldoende waren onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker het wrakingsverzoek niet tijdig had ingediend en dat het verzoek daarom niet-ontvankelijk was, zonder inhoudelijk op de gronden in te gaan.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.