ECLI:NL:RBMAA:2012:BW5770
Rechtbank Maastricht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekers, een vennootschap onder firma en haar leden, dienden een verzoek tot wraking in tegen een rechter die eerder een aanverwante zaak had behandeld en ten nadele van hen had beslist. Zij stelden dat de rechter niet onpartijdig kon oordelen vanwege de wijze van behandeling in die eerdere procedure.
De wrakingskamer stelde dat het enkele feit dat een rechter aanverwante zaken behandelt en daarin een partij in het ongelijk stelt, geen grond is voor wraking in een andere zaak. Er moet sprake zijn van concrete feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
Na behandeling van het verzoek concludeerde de wrakingskamer dat de geschetste handelwijze van de rechter in de eerdere zaak geen aanwijzing gaf voor vooringenomenheid. Ook ontbrak het aan bewijs dat de rechter in de nieuwe zaak dezelfde, door verzoekers ongewenste wijze van behandelen hanteerde.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 3 april 2012 door een meervoudige kamer van de rechtbank Maastricht.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.